De anderen

Bijgewerkt op: 8 okt. 2021

Je hebt geen naam, die mag je niet hebben. En zelf ben je door het onophoudelijke gepest en getreiter allang vergeten wie je bent. Je bent onzichtbaar, achter de subtiele sluier die jou van de buitenwereld scheidt. Je kunt zien wat zich erachter afspeelt, maar bent er geen onderdeel van. Dat is nooit anders geweest. Er is net voldoende zuurstof om je in leven te houden, meer niet. Het is de plek waar je in eenzaamheid schreeuwt, maar waar niemand je hoort.


Op een dag begint de aarde te rommelen en pakken zich grote dreigende wolken samen tegen een grauwe lucht. Het onvermijdelijke begint zich te voltrekken. Datgene wat niemand aan zag komen. Je opent ’s ochtends vroeg de gordijnen en vraagt je af of je nog droomt. Je gaat naar buiten en betreedt een wereld die je niet kent, maar waarvan het bestaan sluimerend in je aanwezig is geweest. Geen eindeloze vlakten met hier en daar de versmeulde overblijfselen van bomen en schroeiplekken in de aarde, maar paradijselijk groen en bloemenzeeën tot zover het oog reikt. Watervallen en regenbogen, de geur van lavendel en het geruststellende geroep van een uil. Een prachtig - ja bijna hemels - decor, waarin één vertrouwd element ontbreekt.


Je kijkt nog één keer achterom en ziet dat het huis met je ouders is verdwenen. Zij begrepen evenmin wie je was, maar toch hielden ze van je. En jij van hen. Een deurpost met een daarin wapperende sluier zijn het enige dat over is van wat je leven was. Je glimlacht en een traan loopt langs je wang. Je bent klaar, voor deze reis door een onbekend landschap.


Je kijkt richting de horizon en merkt dat je lichaam vanzelf in beweging komt. Jij beweegt niet, maar het beweegt jou en trekt je verder naar zich toe. Na een paar uur begint het je te dagen: de wereld is vergaan in een weergaloze apocalyps en daarna onmiddellijk herrezen. En om één of andere onbegrijpelijke reden ben jij het die er nog steeds is. Jij alleen. Geen geroezemoes meer achter je rug, steken onder water en vernedering; alleen de stilte en een overweldigende rijkdom aan kleuren. Was het andere de droom; een nachtmerrie waaruit je bent ontwaakt? Je loopt sneller en sneller en lijkt op zoek naar iets. Waar ben je naar op zoek?


Je praat tegen de dieren; de geit, de mier en de aap. Ze komen in tweetallen voorbij. Dan begin je tegen jezelf te praten. Eerst zachtjes, daarna hardop. Vraag en antwoord, antwoord en vraag. Het gaat maar door en het gaat maar door. Plotseling, na een eeuwigheid, hoor je een stem. Niet jouw stem, maar die van de Ander. Je ziet de Ander niet, maar hij is er wel. Na verloop van tijd volgen er meer stemmen. De Anderen zijn terug! Je hebt ze gemist, en bent blij dat ze er weer zijn.


~




10 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

De reis