Verborgen landschap

Bijgewerkt op: 8 okt. 2021

Een modern sprookje


Er is eens het jaar 2012. Volgens sommigen het jaar waarin de wereld vergaat; anderen verkondigen een nieuw tijdperk in de menselijke evolutie. Tussen dit doemdenken en de hoop ligt het grijze dichtbevolkte gebied van de realiteit; een landschap zonder bezieling, waar het verstand zegeviert over gevoel. Het begon allemaal toen een tijd geleden de sprookjes in vergetelheid raakten en de mensen het besluit namen om deze op te offeren in ruil voor machines en techniek. De machines draaiden al snel en in mum van tijd waren de laatste restjes magie tot zielloos eindproduct verwerkt. Het geloof in sprookjes was daarmee definitief vervangen door de heerschappij van de ratio. Tegelijkertijd verrezen er miljoenen luchtkastelen die de moderne mens een nieuw thuis moesten verschaffen. En zo ontstond het moderne, tegenstrijdige sprookje waar de mens zichzelf in gevangen zette. Zonder nog beschikking te hebben over de heroïsche ontsnappingspogingen of mythische heldendaden van weleer. Of toch wel? De enige zekerheid is dat in sprookjes altijd gebeurt wat nodig is.


In een klein luchtkasteel in een buitenwijk van de realiteit woont een mooie vrouw. Met haar lange gouden lokken en amandelvormige ogen is ze een bevallige verschijning. Iedereen die in haar aanwezigheid verkeert, kan voelen dat ze iets speciaals heeft. Maar Sterre vindt zichzelf alles behalve bijzonder en ervaart een onzichtbare sluier tussen zichzelf en de wereld. Als klein meisje ziet ze dingen die anderen niet zien en weet ze wat er gaat gebeuren. De toekomst wordt haar ingefluisterd door sprookjesfiguren, dieren en andere wezens die haar van alles vertellen en laten zien. Sterre weet dat ze beter niet kan laten merken dat haar metgezellen er zijn als er andere mensen in de buurt zijn. Die mensen willen dan eerst weten met wie ze praat en waar het over gaat, maar na een tijdje vertellen ze haar dat wat ze ziet en hoort niet echt is en voortkomt uit haar eigen fantasie.


*


Haar ouders nemen haar mee naar verschillende psychologen en één van deze serieuze heren oppert medicijnen die de fantasiefiguren zullen laten verdwijnen. Haar vader wil het proberen, maar haar moeder drukt de kleine Sterre dicht tegen zich aan en fluistert dat haar meisje daar te jong voor is. Sterre voelt het hart van haar moeder in haar eigen lichaam kloppen en ze besluit om de wezentjes die niet bestaan geen aandacht meer te geven, in de hoop dat ze daardoor weg zullen gaan. Wanneer ze de dieren ’s avonds bij haar voeten op bed voelt zitten, trekt ze de dekens over haar hoofd, op een klein luchtgaatje na om te ademen. Wat eerst zo normaal was, begint haar nu angst in te boezemen en het lijkt iedere avond weer een eeuwigheid te duren voordat ze in slaap valt. Toch laten de wezentjes haar steeds meer met rust en ze verdwijnen ook uit haar dromen. Maar er is één dier dat niet van het voeteneind van haar bed wijkt: een papegaai in alle kleuren van de regenboog. De trouwe vogel vertelt haar iedere avond weer over de verborgen schat die alleen zij zal kunnen vinden. Sterre doet dan alsof ze slaapt, maar ze voelt dat het dier weet dat ze alles hoort wat het zegt.


Sterre leert al vroeg om haar kinderlijke sprookjeswereld om te zetten in de werkelijkheid zoals anderen die zien. Ze ontwikkelt haar ratio en wendt haar fijngevoeligheid alleen nog aan om te peilen wat mensen van haar verwachten en wat hun goedkeuring zal wegdragen. Na verloop van tijd volgt het onvermijdelijke: ze wordt een ingewijdene in de wereld van de ideeën en van de ene op de andere dag is ook de kleurige papegaai verdwenen. De moraal van het grote meisje neemt het over en het landschap waar ze als kind vrij in speelde, verandert in een grijze ijsvlakte. Het besef van de leegte drijft Sterre eenzame diepten in. Op de bodem is de pijn waar niemand in kan zijn. Ze verzoekt God, de duivel en kosmos om verlichting van de duisternis, of haar ten minste te laten berusten in wat is.


Maar er dient zich geen ander visioen aan dan de duizelingwekkende afgrond waar ze vlak voor het in slaap vallen soms in stort. Zonder dat er ooit een einde aan haar val lijkt te komen. Levens flitsen op dat moment voorbij, tot een vergeten herinnering haar grijpt, optilt en laat zweven. In het schemergebied waar ze Alice in Wonderland is. Als bewustzijn en nietig onderdeeltje van het geheel. Ergens tussen hemel en aarde, te midden van de sterren en andere hemellichamen. Zonder lichaam, maar in het volle bewustzijn van haar lijf. Vreemde sensaties prikkelen haar zintuigen. Het is of iemand naar haar kijkt en iets van haar wil dat ze niet begrijpt. Terwijl er niets is en ze tegelijkertijd weet dat het om haar gaat. Het is een gevoel waar ze geen grip op krijgt, maar dat werkelijker is dan al het andere.


*


Op een dag loopt Sterre langs een oud luchtkasteel dat haar aan de boerderij van haar oma doet denken. Er loopt een grote groep ganzen rond en het gras is bezaaid met veren. Sterre herinnert zich hoe de boerderij van haar oma iedere zondag een ontmoetingsplek was voor de hele familie. Overal renden kleinkinderen rond en op het fornuis stond steevast een grote pan met zelfgemaakte soep.


Er valt plotseling een klamme deken van triestheid over haar heen. Ze staart naar de ganzen en is weer in de sfeer van haar lieve oma. Wat mist ze haar. De warmte van de knusse boerderij, de geur van verse soep en de veilige speelgrond van toen lijken uit een ander tijdperk te stammen. Sterre realiseert zich dat ze getuige is van een rigoureus keerpunt. Dan knipt er iemand met z’n vingers en wordt ze teruggebracht. In het hier en nu. Het is stil. De ganzen bewegen niet meer. Ze probeert haar ogen te focussen en vraagt zich af of ze droomt. De ganzen zijn bevroren en vormen een buitenaards decor van ijssculpturen. Een rilling gaat langs haar rug. Wat ze ziet kan niet echt zijn. Maar haar gedachten veranderen niets aan de situatie. Het gras is bedekt met een laagje ijs. Vanuit het openstaande raam hoort ze de spierwitte papegaai van haar oma “papa” roepen; het enige woord dat de vogel ooit had leren spreken.


Het volgende moment blaast één van de ganzen naar haar. Geschrokken doet Sterre een paar passen terug. Ze voelt hoe haar maag zich omkeert en de inhoud komt met een wilde kracht naar buiten. De ganzen kijken naar haar. Ze pakt een zakdoekje uit haar tas, veegt haar mond af en kijkt om zich heen. Ze ziet voorbijgangers die geen enkele notie van haar of de ganzen nemen. Niemand anders dan zij is getuige geweest van wat zich hier zojuist voltrokken heeft. Ze raapt een paar van de veren op en stopt de kostbare schatten in haar tas. Ze voelt dat ze bestaat.


*


Sterre denkt de dagen daarna vaak aan de ganzen en gaat een week later terug naar de plek die haar voor even met zichzelf verbonden leek te hebben. Maar als ze bij het oude luchtkasteel aankomt, zijn de ganzen weg. Er is zelfs geen veer meer te bespeuren. Ze staart onderzoekend de tuin in, wanneer plotseling de deur van het luchtkasteel opengaat. In de deuropening staat een man met lang wit haar. Hij vraagt haar waarom ze teruggekomen is. Sterre voelt haar wangen rood aanlopen. Had hij haar de vorige keer gezien? De man stelt zich voor als Sigune en nodigt haar uit om plaats te nemen op het bankje buiten onder het raam. Ze gaat zitten en vraagt hem waar de ganzen zijn die hier een week geleden nog liepen. Sigune zegt dat alles verandert en dat de vogels een paar dagen geleden zijn weggevlogen. Hun tijd was gekomen. Sterre vertelt over de bijzondere ervaring die de ganzen haar gegeven hebben en laat hem een veer zien waar ze een zelfgeregen kralenketting aan gemaakt heeft.


Sigune glimlacht, kijkt haar aan met zijn rustige ogen en zegt dat ze een prachtige tuin is. Sterre ziet zijn woorden als een kleurige waterval naar buiten stromen en voelt hoe iedere klank een prettig bedwelmende uitwerking op haar heeft. Wie is deze man die niet van deze wereld lijkt? Hij vertelt haar over een rozenstruik, vruchtbare aarde en de machtige boom die de vrouw tot lichaam en genot maakte. Ze laat zich meevoeren in zijn sfeer die verrassend natuurlijk is. Zijn huid is dicht bij de hare en wanneer hij haar hand vastpakt, zijn er geen woorden of gedachten meer. De aanraking neemt bezit van hen.


Na miljarden sterrenjaren zegt Sigune dat hij moe is, en hij nodigt haar uit om over een paar dagen terug te komen. Het lijkt alsof er geen tijd tussen beide ontmoetingen bestaat. Ze is hier met hem, op het bankje, in een onmiddellijke vertrouwdheid en herkenning. Op een plek waar niets meer hoeft. Hij vertelt haar over een werkelijkheid die iedere normale voorstelling voorbij gaat en waar angst en genot samengaan in een kosmische dans. Hij zegt dat het oké is dat ze erachter probeert te komen of hij echt is, of slechts een slimme truck om haar in bed te krijgen. Hij waarschuwt dat ze nu nog terug kan. Ze bevindt zich volgens hem voor het hek, maar zodra ze aan de andere kant is, is er geen weg meer terug. En hoewel deze Sigune in raadselen lijkt te spreken, begrijpt Sterre precies wat hij bedoelt. Nog nooit sprak er iemand zulke klare taal.


*


Bij hun derde ontmoeting nodigt Sigune haar uit om binnen te komen. Het oude luchtkasteel blijkt een groot atelier en woonvertrek te zijn. Binnen vijf minuten is ze naakt, terwijl hij haar van alle kanten bekijkt. Ze slaat verlegen haar ogen neer. Hij pakt haar handen, zoent haar en zegt “kom maar meisje”. Hij bindt haar met haar handen omhoog vast aan een haak in de muur. Sterre voelt de koude stenen in haar rug. Haar benen duwt hij een stukje uit elkaar, zodat er niets is dat voor hem verborgen blijft. Het is voor het eerst dat er iemand op deze manier naar haar kijkt. Ze is overgeleverd aan de situatie, maar vertrouwt hem volledig. Ze kan niet anders.


Ze geniet van de spanning en intense aandacht. Met zijn ferme hand en liefdevolle strelingen brengt hij haar terug in haar lijf. In het lichaam dat ze vergeten was en vaak genoeg zelfs haatte. Haar wangen kleuren even rood als de huid van haar borsten en bovenbenen, die hij met een klein zweepje bewerkt. Alle ideeën verdwijnen. Het vuur van verlangen sleurt haar naar een diep verborgen plek waar genot de schaamte overheerst.


Meer ontmoetingen volgen en steeds weer herinnert hij haar aan de mooie vrouw die ze is. Een vrouw met een lichaam. Aan zijn hand beweegt ze zich door de tunnel van de angst, richting een licht dat steeds feller schijnt. Het verblindt haar, tot ze niet meer kan kijken en haar netvliezen verbranden. Liefde, vreugde en pure levensenergie verwarmen haar ziel als een krachtige zomerzon. Voor het eerst in haar leven voelt ze wie ze is, en ziet ze door niet meer te kijken. Haar lichaam wordt geboren. Ontdaan van oude conditioneringen en beschikkend over een nieuw soort sensibiliteit. Ze straalt, is weer aanwezig in de wereld en vormt de overweldigende kleuren die hij zonder haar niet kon schilderen.


*


Sigune laat haar rustig spelen, voor het hek. Want dat is waar ze volgens hem nog steeds is. Op een plek tussen toekomst en verleden. Hij zegt dat er zoiets als een innerlijk kompas bestaat en dat dit kompas niets minder dan haar eigen ziel is. Alleen zij kan voelen of ze de juiste weg gaat en of het haar brengt wat ze nodig heeft.


Tijdens één van haar dwalingen voor het hek vindt Sterre een dode kauw. Ze knielt bij het dier neer, omsluit het met haar handen en tilt het voorzichtig op. Nooit eerder was de dood zo dichtbij. Op het hek is de papegaai die ooit aan het voeteneind van haar bed zat. Zijn gekleurde vleugels vormen een schril contrast met het donkergrijze rasterwerk van het hek. De kauw spreekt nu tegen haar; ze ziet de vogel vliegen, met de vleugels een stukje van het lichaam verwijderd. Sterre weet wat haar te doen staat en neemt de kauw mee naar huis om afscheid te nemen. Ze reinigt zichzelf, haar balkon en de vogel met salie en terwijl ze zingt snijdt ze de vleugels af. Ze spreekt haar dank uit voor het prachtige geschenk en wikkelt de resten in een doek die ze later op een mooie plek zal begraven. Daarna voelt de wereld een beetje anders. Lichter. Alsof er een last van haar schouders gevallen is.

Ze versiert de vleugels met zelfgeregen kralenkettingen en geeft Sigune er één. Hij neemt haar in zijn armen en fluistert in haar oor dat hij nooit eerder zo’n mooie vrouw zag. Sterre bloost en haar borst lijkt te klein voor haar hart. De kauw had volgens Sigune op haar gewacht. Zijn vleugels moesten vliegen – ook in de andere wereld – en haar de vrijheid teruggeven die ze zelf op een bepaald moment tijdens haar reis verloren is. De vleugels zijn haar toegang tot de vruchtbare akker en het leven dat daar geleefd zou kunnen worden. Hij stelt haar voor de keuze: roodkapje of de hoer. Ze mag kiezen wie ze wil zijn. En die keuze kan volgens hem niet gemaakt worden vanuit mooie ideeën of voornemens. Als het gebeurt, zal dat met een spontane sprong zijn die haar in één keer aan de andere kant van het hek brengt. Een andere mogelijkheid is er niet.


Sterre zou willen schreeuwen: “Neem mij, neem dit lijf, ontneem me van alles, houd van me”, maar ze wacht rustig af. Ze zingt, ontkleedt zich en kijkt naar het hek. Ze drukt haar lichaam tegen het gaas en legt zich neer bij waar ze is; in het niemandsland tussen het meisje en de vrouw. Zonder te weten waar ze zo ontzettend klaar voor is. Hij zegt dat het nog steeds mogelijk is om terug te gaan en dat het goed is als ze voor het andere kiest, verstandiger zelfs. Aan de andere kant van het hek is er geen weg meer terug. Maar hoe kan ze tegenhouden wat zich voltrekt? Het afscheid is genomen. Haar vrouwelijkheid zoekt zich een vorm, in het licht en in de schaduw.


*


Ze is in een donkere ruimte en heeft geen idee hoe ze hier terecht gekomen is. Het is een plek die ze kent, maar die ze vergeten was. Ze is weer het meisje van 12 en is nu zonder vrees in de donkere ruimte. Ze laat zich meevoeren in haar herinneringen en emoties. Ze lacht, huilt en is volkomen gelukkig met wie ze is. De sprookjesfiguren zijn er ook, in alle mogelijke kleuren en vormen. Ze zijn er altijd geweest, haar beschermers en wijze raadgevers.


Er is ook een vrouw in de ruimte, Mooie Vrouw Danst, zij is de draagster van het meisje. Mooie Vrouw Danst heeft de moed om het donker te betreden, ook al is ze geen meisje meer. Ze heeft genoeg vertrouwen om alleen te zijn in de duisternis, omdat ze diep van binnen weet dat ook het dappere meisje daar is. Ze koestert dit meisje, verzorgt haar en laat zich door haar schoonheid verwonderen. Het meisje zit bij haar en geniet van haar strelingen en warmte.


Mooie Vrouw Danst is de liefhebbende moeder en de hoer. In haar schoot komt het meisje thuis en vindt zij bescherming. Zij en Mooie Vrouw Danst spelen met elkaar. Vol overgave, plezier en genot. Zonder zich bewust te zijn van elkaars naaktheid.


De donkere ruimte is onbekend terrein voor een andere vrouw, die van alles wil en denkt te kunnen. Zij heet Onrust en is de beschadigde vrouw. Onrust kan niet naakt zijn. Ze schaamt zich daarvoor, of moet er iets mee. Ze verleidt en gebruikt haar naaktheid als schild om niet toegankelijk te zijn. Onrust probeert op alle mogelijke manieren om de aandacht naar zich toe te trekken en te ontsnappen aan wie ze werkelijk is. Haar ogen verdragen de duisternis niet, waardoor haar blik voortdurend naar buiten gekeerd is. Zij beleeft de wereld vanuit haar hoofd. Onrust is de moordenares van het meisje.


Mooie Vrouw Danst is de vrouw met het lichaam dat het meisje ontbeerde. Zij is de overwinning op Onrust en haar neuroses. Ze heeft Onrust niet vernietigd, maar haar veranderd in Rust; door het meisje weer te laten spelen, lief te hebben en haar te geven wat zij nodig heeft. Mooie Vrouw Danst luistert naar het meisje, dat haar de grootste wijsheden influistert en waardoor zij altijd weet wat te doen.

Tuin


Volgens Sigune is ze in haar droom over het hek gesmeten, voorbij de moraal. Ze kan zichzelf nu onmogelijk nog voor de gek houden. Ze begint zich eigen te maken wat ze altijd verdrongen heeft en waar ze voortdurend strijd mee leverde. Sigune zegt dat ze een moedig meisje is. Er zijn maar weinig vrouwen die deze laag durven toelaten of er vrijwillig binnengaan, want dat impliceert het toelaten van de angst; de angst voor wie zij zijn, in ongecensureerde vorm. En dat vereist kracht, vastberadenheid en vooral diepgewortelde zekerheid wat betreft het eigen lot.


De lessen van de geest zijn afgerond. Dat wat verborgen was, heeft het licht gekozen. De vrouw wordt gedragen door iets wat groter is dan zijzelf. Deze kracht komt niet van buitenaf, maar vanuit haar eigen wezen en staat in verbinding met alles om haar heen. Zij is de tuin die in volle bloei staat, terwijl de tuinman er in stilte zijn werk doet. In haar weelderige schoot wacht de aanraking van wat ver weg is en zo binnen handbereik. Een mooie vrouw, dansend in het zon- en maanlicht.


~





28 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

De reis